" />

Categorieën

Zaden / Zaad voor groenten / Peulvruchten (Pronkboon en bonen)

Peulvruchten (Pronkboon en bonen)

stokslaboon Mechelse Tros
Peulvruchten (Pronkboon en bonen)
Stokslaboon ‘Mechelse Tros’ heeft vrij kleine boontjes, die in trosjes aan de plant zitten. ‘Mechelse Tros’ is rijkdragend. De peulen zijn dunvlezig en iets afgeplat. Telen op een beschutte plaats. De oogst bij stokbonen begint wat later dan bij stambonen. Belangrijke voordelen van stokbonen: geen problemen met schimmels (gewas kan goed opdrogen), lange oogstperiode en hoge opbrengst. Alle stokbonen hebben een 'fraai mechanisme van klimmen': of het nu schuin, recht of gekronkeld is, altijd omslingerend en altijd met rechtse bochten wordt blindelings de weg naar boven gevonden. Het materiaal (bamboestokken, bonenstaken, touwen,etc.) dat u gebruikt als materiaal, maakt niet zoveel uit, maar het geheel moet bij volle belasting wel voldoende stabiel zijn. In iedere volkstuin is wel iemand te vinden die uitleg wil geven wat nu feitelijk het beste systeem is. Een oude leidraad, maar nog steeds actueel, is 8 à 10 planten per m² aanhouden. Twee keer zaaien (half mei en eind juni) geeft een goede oogstspreiding. Er zitten 20 zaden in een zakje.
€ 1,00
Prijs per stuk
Aantal: 
Bestellen
 

Peulvruchten

Peulvruchten zijn zeker de moeite om zelf te kweken. Ze zijn op zich wel relatief goedkoop in de supermarkt, maar peulvruchten uit eigen tuin smaken zoveel beter dan de peulvruchten van de supermarkt. En ze zijn dan ook redelijk makkelijk te kweken. Je hebt verschillende soorten peulvruchten. Je hebt tuinbonen, erwten, capucijners, peulen, sugarsnaps, pronkboon en verschillende bonen. Alle peulvruchten behoren toe tot de vlinderbloemigen en ze vangen stikstof uit de lucht op die ze dan opslagen in wortelknobbeltjes. Daarom is het interessant om kolen te planten waar voorheen peulvruchten hebben gestaan. Je hebt peulvruchten die niet tegen de koude kunnen, nl: pronkbonen en bonen. En je hebt peulvruchten die wel bestand zijn tegen de koude, nl: tuinbonen, erwten, capucijners, peulen en sugarsnaps. De bonen en pronkbonen mogen pas naar buiten met de ijsheiligen (15 mei). De andere peulvruchten kan je al in een serre/kas voorkweken in februari. Deze kan je dan uitplanten in maart of rechtstreeks zaaien dan. De oogst zal voor juni zijn. Op deze pagina staan de rassen van de droogbonen en de bonen.


Peulvruchten en de verschillende namen

Het allermoeilijkste aan peulvruchten te kweken, zijn de verschillende namen weten te begrijpen. Hieronder een verklarende woordenboek:


Stamboon, struikboon of laagblijvende boon

Dit zijn bonen die maximum 50 cm worden. Je kan ze kweken zonder ze te ondersteunen. Echter wij raden aan om ook deze peulvruchten te ondersteunen. Het oogsten zal dan vlotter gaan en bij hevige wind kunnen stambonen op de grond komen te liggen worden waardoor de vruchten (=peulen) kunnen gaan rotten. Je kan ze niet ondersteunen met stokken, maar met een gaas (met grote gaten). Het voordeel  van stambonen is dat je sneller oogstbare bonen hebt en het geen schaduuw kan werpen op andere gewassen in de moestuin. Het woordje stam- wordt ook gebruikt bij erwten, peulen, capucijners en sugarsnaps. Dit betreft dan ook laagblijvende planten.

Stokboon, staakboon of klimmende boon

Dit zijn bonen die minstens 2 meter hoog worden. Je moet deze ondersteunen met bamboestokken of een vergelijkbare stok. Het voordeel van stokbonen is dat je meer opbrengst per m² hebt en beter voor de rug tijdens het oogsten.

Prinssesenboon = sperzieboon = slaboon

Deze bonen ga je jong oogsten. Hiervan eet je de peul (vrucht). Je hebt nog verschillende types prinssesenbonen:

 

  • Haricaots verts = Frans boontje = Naaldboon

    Dit betreft een dunne lange boon
  • Chinese boon
       Is zoals een Frans boontje dun en lang, maar deze zijn korter. En de planten blijven ook klein
  • Wasboon = boterboon
      Betreft een gele prinssesenboon waarbij de smaak minder uitgesproken is
  • Spekboon

Betreft een dikke prinssesenboon. Ze zijn zo breed als een snijboon maar niet plat als een snijboon. Ze bevatten ook kleine witte zaden als je ze oogst.


Snijboon

Zijn bonen die je jong oogst. Deze zijn eerder lang, maar vooral plat.


Droogboon

Deze boon wordt gekweekt voor de 'zaden' binnen in de vrucht (boon). Je laat de vrucht (boon) helemaal opdrogen en bruin worden. Daarna oogst je hieruit de zaden die je dan gaat gebruiken in de keuken als boon. Bij de droogbonen bestaan er leuke kleuren en tekeningen. De zaden zijn als het ware kleine kunstwerkjes. Kinderen zijn bijzonder fan van dit type bonen.


Pronkboon = runner bean

Biologisch gezien zijn pronkbonen (Phaseolus coccineus) verschillend tov bonen (Phaseolus vulgaris). Daarom zullen ze ook bijna nooit kruisen met elkaar. Pronkbonen zijn vooral gekend voor hun mooie bloemen die ze maken. Ze worden vooral gekweekt in Engeland. Dit heeft ook te maken dat pronkbonen beter bestand zijn tegen iets koudere en nattere weersomstandigheden dan gewone bonen. De bonen moet je zeker vroeg oogsten. Als je ze te laat oogst, dan zijn ze praktisch oneetbaar (hard, stug, draden). Je gebruikt ze zoals een snijboon.




 

Meld je nu aan op onze nieuwsbrief! Wij versturen een maandelijkse nieuwsbrief.
Deze website gebruikt cookies. We slaan geen persoonlijke gegevens op.
Accepteer geselecteerde cookies